“The making of”

Bijna iedereen die ik benaderde wilde meewerken aan dit boek. De vraag die dit onmiddellijk oproept is: wat maakt dat mensen positief reageren? Wat is hun motivatie? De cynicus in mij komt als eerste met een antwoord. De geïnterviewden zijn ijdeltuiten. Wie geniet er nu niet van erkenning? Het is fijn tussen allerlei andere grootheden te staan. Het streelt het ego en draagt bij aan je status en zichtbaarheid. Dat laatste hoort trouwens ook gewoon bij je werk, bij het bereiken en in stand houden van je maatschappelijke positie. Dan komt de idealist om de hoek. Die stem zegt dat het ‘ego-argument’ niet het volledige antwoord is. De gesprekspartners stemden met een interview in omdat zij graag vertellen over hun bevlogenheid. Wie wordt nu niet blij van een gesprek over wat je ten diepste raakt en motiveert? Daarover je wijsheid en kennis doorgeven, dat geeft voldoening. Tot slot is er de realist: het levenswerk wat de meesten hebben neergezet is kwetsbaar en moet onder de aandacht van het publiek worden gebracht om stand te houden of te groeien. Zoals Henk Krol verwoordt: “Het is triest te merken dat geweld tegen homo’s weer toeneemt. Was het maar waar, dat jouw en mijn verdraagzaamheid ook die van een volgende generatie is. Dat moet je iedere keer weer doorgeven.” Wat hij dus daarmee ook doet. Een interview is een kans om je boodschap over te brengen en dus werk je mee.

Een boek schrijven is afzien en stug doorzetten, dwars door frustraties en onzekerheden heen. Zo had bijvoorbeeld het benaderen van de rolmodellen heel wat voeten in de aarde. Om de juiste snaar te raken en met de beste argumenten te komen, verdiepte ik me eerst urenlang in degene die ik wilde benaderen. Ken ik iemand in de omgeving van die persoon? Wat zijn de belangrijkste verworvenheden die ik noem en hoe kan ik dat relateren aan bevlogenheid? Zal ik een zakelijke of wat meer persoonlijke toon aanslaan? Wanneer het mailtje (met schietgebed) na eindeloos herlezen uiteindelijk weg was restte geduld. Ik voelde mij een pitbull, die kwijlend wacht op een bot. Pas na weken bellen en mailen was daar was dan het verlossende antwoord: ja, hij of zij wil meewerken of: nee, hij of zij heeft geen tijd. Vervolgens kwam hindernis twee: het plannen van een afspraak. De keren dat er gesprekken zijn afgezegd of ik niet werd teruggebeld kan ik op vele handen te tellen. Natuurlijk maakte mij dat boos. Op dat soort momenten dacht ik aan de rolmodellen die ik reeds had ontmoet. Ze spraken allen over de keerzijde van succes. Wanneer je wat wil bereiken zul je ook de minder leuke consequenties moeten nemen, hoeveel succes je ook hebt of op welke positie je ook uiteindelijk bent beland. Alleen van een afstandje lijkt het alsof prestaties en posities anderen komen aangewaaid en hen niets kosten. Zoals Robbert Dijkgraaf opmerkt: “Dichterbij zie je onvolkomenheden en fluctuaties.”

Ik leerde in de weken en maanden naar de aanloop van een gesprek al een beetje mijn gesprekspartners kennen: de onderzoeksjournalist die mij voorziet van heel wat voorbereidende documenten, om mij goed inhoudelijk te verdiepen; de daklozenarts die mij een slaapplaats aanbiedt bij mijn verblijf in Indonesië, omdat hij zich blijkbaar verantwoordelijk voelt voor mijn onderkomen; de man die afval van anderen opraapt en wil – wars van statut – afspreken in een tuincentrum ‘omdat het daar zo lekker rustig is’; de trendwatcher die na toestemming tot een interview onmiddellijk te gebruiken beeldmateriaal stuurt, omdat ze het belang inziet van de visuele kant van een publicatie, etc.

En dan was er de ontmoeting. Net als bij het spreken voor een groep, voelde ik in de aanloop naar een gesprek de zenuwen door mijn buik razen. Zal er een ‘klik’ zijn? Zal ik opnieuw aan de wildvreemde tegenover mij intieme vragen durven stellen? Zal ik ook deze keer mooie quotes scoren? Ik checkte eindeloos mijn opnameapparatuur en ging  nog snel even naar het toilet, om te zorgen dat ik niet halverwege het gesprek wegmoest. Gelukkig was er meestal die ‘klik’, slechts een enkel gesprek verliep wat stroef. Mijn vragen over de essentie van hun bevlogenheid boorde aan de andere kant van de tafel een stroom aan energie aan. De gesprekken waren niet alleen leuk, het bracht de geïnterviewden soms tot nieuwe ideeën of inzichten. Door hun verhalen over hun achtergrond, hun eigen onzekerheid, fouten en angsten werden de rolmodellen mensen van vlees en bloed, met bijzondere talenten, lef en daadkracht, maar ook met dezelfde behoeftes en gebreken als ieder ander. Gaandeweg verdween het digitale beeld in mijn hoofd, waarin de geïnterviewde de gever is en ik de ontvanger. Het denken in verschillen en onderscheid, in belangrijk en onbelangrijk, bekend en onbekend, meester of leerling, maakte plaats voor het simpelweg ervaren van een ontmoeting, waarin beide kanten van de tafel een aandeel hadden. Jos van Oord verwoordde het zo: “Het doet ertoe dat jij hier bent, jij me interviewt en dat ik jou ontmoet. (…) Door jou kan ik zijn wie ik ben.” Niet dat ik de ontmoetingen normaal ging vinden! Na bijna ieder gesprek keerde ik ontroerd huiswaarts. Ik voelde me zeer bevoorrecht dat ik deze bevlogen mensen een beetje in de ziel mocht kijken.

Het was grappig dat er bijna in elk gesprek wel een vraagstuk omhoog kwam, waar ik op dat moment mee zat. Dat kan geen toeval zijn! Zo wilde ik wel schrijven, maar ik had ook een vaste baan, dus veel tijd bleef er niet over. Robbert Dijkgraaf zei in het gesprek dat ik met hem voerde: “Je moet vroeg in je carrière radicale stappen durven te nemen, durven doen wat je raakt. Als je daar fundamenteel voor kiest, zul je dat vanzelf verzilveren. Richt je op je eigen ding, op waar jij in gelooft. Ook al kost het je status, geld of positie.” Het was het laatste zetje wat ik nodig had om mijn baan op te zeggen. Op een ander moment schoot ik weer wat teveel door. Ik was alleen maar aan het schrijven. Achteraf gezien kwam ik steeds verder af te staan van mezelf, mijn eigen behoeftes en de mensen om me heen. Ik interviewde Inez van Oord en zij maakte mij door haar eigen verhaal bewust van wat er bij mij gaande was. Zij zei: “Ik ben gezegend met veel wilskracht. Destijds voedde die kracht mij als een grote batterij. Het maakte dat ik een bedrijf van de grond kreeg. Ik trapte ook in de valkuil van teveel op wilskracht leven. Ik kwam steeds verder van mezelf af te staan en verdwaalde. De gratis energie die je krijgt als je iets doet wat je echt leuk vindt, die gebruikte ik niet meer.” Ik vroeg mezelf: hoeveel doe ik op wilskracht en hoeveel doe ik op ‘gratis energie’? Dankzij haar woorden hield ik vanaf dat moment mijn ‘gratis energie’ wat beter in de gaten. Dat een aanzienlijk aantal geïnterviewden te maken heeft gehad met een burn-out waarschuwde mij ook. Te veel bevlogenheid leidt tot bezetenheid en kan je beschadigen, dat realiseerde ik mij meer en meer.

Een andere indrukwekkende ontmoeting was die met Anita Leeser, de kinderrechter. Als Joods meisje trok Leeser van onderduikadres naar onderduikadres en overleefde ze concentratiekamp Bergen-Belsen. Ik vroeg haar of ze in haar tijd als kinderrechter niet regelmatig moest terugdenken aan haar eigen jeugd, bijvoorbeeld wanneer ze de dossiers las van kinderen die van tehuis naar tehuis worden gestuurd of uit huis worden geplaatst. Haar antwoord was: “De meeste kinderen hebben zoveel meer ellende moeten doorstaan dan ik.” Die zin emotioneerde mij zeer en zette mij aan het denken. De uitspraak getuigde van zoveel wijsheid. Je leven wordt niet slechts bepaald door wat je meemaakt, maar door het perspectief dat je kiest om dat wat je meemaakt te begrijpen en te waarderen. Het was een wijsheid die ik wel kende, maar die door de opmerking van Leeser opeens een enorme zeggingskracht kreeg.  Ook Tex Gunning vertelde over de verantwoordelijkheid die je hebt over het perspectief dat je kiest. Het is volgens hem de kunst om het positieve, het constructieve, groter te maken en het destructieve kleiner. “Ik kan heel negatief praten over het gezin waarin ik ben opgegroeid. Ik kan evengoed het positieve verhaal over mijn jeugd vertellen, bijvoorbeeld over de ouders van het vriendje, die mij liefde hebben gegeven. Dat is het verhaal dat voor mij telt.”

 

Leesfragmenten
  • Wubbo Ockels
  • Willem Vos
  • Tex Gunning
  • Robbert Dijkgraaf
  • Neelie Kroes
  • Lidewij Edelkoort
  • Kalo Bagijn
  • Jos van Oord
  • Inez van Oord
  • Huub Jaspers
  • Henk Krol
  • Henk de Jong
  • Heleen Mees
  • Fred Beekers
  • Francine Houben
  • Britta Böhler
  • Aysel Disbudak
  • Arnon Grunberg
  • Anita Leeser
  • Ahmed Marcouch
  • Joop van den Ende
  • Igor van Laere